Externe competitie

Soest speelt teleurstellend gelijk

Op een kletsnatte regendag schaakte het eerste van Soest zijn tweede schaakwedstrijd uit in Leiden tegen LSG 2. Geen beter weer dan dit voor een leuke wedstrijd. Het werd ook een leuke wedstrijd maar toch met een wat droevig randje. We wonnen namelijk niet, maar bleven steken op een gelijk spel 4 – 4, terwijl er zeker goede kansen op de overwinning zijn geweest.

We kwamen maar met zeven mensen opdagen. Dat lag niet aan een speler die niet kwam opdagen, maar aan het feit dat er al één partij vooruitgespeeld was. Martin Roobol, de tegenstander van Reynir wilde graag vooruitspelen omdat LSG meedoet met de Europacup voor clubteams. Hij wilde daarvoor wel naar Soest komen en dat had voor Reynir best aantrekkelijke kanten. De partij eindigde een week geleden in remise en Soest had daarmee al een half punt op zak.

Ikzelf speelde als invaller mee voor Adriaan, die probeert af te studeren. Wat was het leuk om als bijvangst van zo’n wedstrijd allerlei oude bekenden tegen te komen in de schaakzaal van LSG, want LSG speelde daar wel met drie teams. Even wat spelers van Paul Keres – het waren allen oude vriendelijke mannen geworden – aan te klampen die ik al vele jaren niet meer had gezien.

De wedstrijd ontwikkelde zich prettig, op de meeste borden leek het gunstig te staan. Helaas alleen niet bij Max, want hij verloor in de opening al een pion. Op het bord van mijn buurman Gerrit Meine Muis was het een wilde boel. Gerrit-Meine had er weer goed zin in, dat kon je uit de stelling wel afleiden. Hij was de avond daarvoor net snelschaakkampioen van Soest geworden en verkeerde wellicht zonder dat hij het wist nog in een gelukzalige roes. Daaruit werd hij snel wakker toen bleek dat zijn tegenstander een gat sloeg in de combinatie die Gerrit-Meine had uitgevoerd. De gevolgen waren zo desastreus dat er geen andere optie was dan de partij snel op te geven.

Maar daarna ging het gestroomlijnd lopen bij Soest. Drie overwinningen op rij. De eerste kwam uit eigen hand. En die winstpartij was heel welkom. Ik had al sinds mensenheugenis geen partij meer gewonnen in de KNSB-competitie en deze overwinning kwam zelfs vrij soepel tot stand. Alles draaide om de kracht of juist zwakte van mijn witte geïsoleerde vrijpion op d5. Omdat ik het niet goed wist, schoof ik de vrijpion nog maar een veld op en was bereid hem zo nodig te offeren voor actief stukkenspel. Het pakte goed uit. Met een petite combinaison won wit een pion en toen zwart de verloren pion met geweld wilde terugveroveren, was wit met een volgende vrijpion die toevalligerwijs op ideale wijze door toren en loper werd ondersteund alweer hard op weg naar het promotieveld.

De overwinningen van Eric de Haan en Arie van den Burch oogden goed. Eric speelde tegen een echte IM, Stevan van Blitterswijk en mag trots zijn op zijn prestatie en Arie behaalde in mooie stijl zijn tweede achtereenvolgende overwinning.

Het winnen van de wedstrijd was daarna nog een peulenschil. Maar niet heus dan.

Jos Nooijen had zijn tegenstander in het middenspel met doelgericht schaak overmeesterd en koos voor een schijnbaar krachtige afronding die totaal verkeerd uitpakte omdat de dame op f5 en de koning op b1 nu net op dezelfde diagonaal bleken te staan. Echt vette pech! Jos verdedigde zich daarna nog lang, maar moest uiteindelijk opgeven.

Ondertussen had Max alles uit de kast gehaald om het zijn tegenstandster Linda Jap tjoen San zo moeilijk mogelijk te maken. Er stond een ongehoord interessant ongelijk-lopereindspel op het bord dat voor de objectieve toeschouwer een heerlijk schouwspel opleverde. Wit had een vrije h-pion en kon ook nog een vrije a-pion creëren. Bovendien zaten er in de stelling venijnigheidjes, waardoor Linda haar promotievelden kon proberen af te schermen. Maar Max kon zoveel mogelijk pionnen gaan ruilen en ongelijke-lopereindspelen eindigen vaak in remise. Voor de Soesters bleef het echter eng om naar het eindspel te kijken omdat het vinden van een remiseweg toch wel als een tocht door een doolhof leek te zijn. Uiteindelijk lukte het Max niet om de felbegeerde remise te bereiken.

De wedstrijdwinst zou dan door Carl Wustefeld binnengebracht moeten worden. Bij hem stond ook een lopereindspel op het bord. Maar de stelling was van volkomen andere aard dan het eindspel bij Max. Hier waren de lopers van gelijke kleur en bovendien stonden bijna alle pionnen nog op het bord. Maar de pionnenstructuur van Carl was veel beter dan die van zijn tegenstander. Carl breide geduldig door aan zijn stelling en wist uiteindelijk al zijn pionnen op de goede kleur te krijgen en die van zijn tegenstander op de verkeerde. Toen echter was de stelling zo dichtgeschoven dat er van binnendringen in de vijandelijke veste geen sprake meer kon zijn. Net niet gewonnen dus door Carl en daarmee net niet de wedstrijd gewonnen.

Niettemin, het eerste heeft de twee sterkste tegenstanders nu gehad en kan in de volgende ronden beginnen aan de Grote Inhaalrace. Wedden dat we nog kampioen worden?

René B.

LSG 2 SSC 1922
Blitterswijk van, S. (Stefan) 2327 Haan de, E.A. (Eric) 2294 0 – 1
Roobol , M. (Martin) 2304 Helgason , R. (Reynir) 2278 ½ – ½
Ketel van, R.A. (Raoul) 2248 Wustefeld , C. (Carl) 2268 ½ – ½
Polak , A. (Alexander) 2134 Burch van der, A.J. (Arie) 2190 0 – 1
Senders , J.B.H. (Justin) 2129 Nooijen , J.M.M. (Jos) 2116 1 – 0
Wissen van, M.E. (Michiel) 2209 Muis , G.M. (Gerrit Meine) 2182 1 – 0
Wubben , M. (Marcel) 2025 Buisman , R. (Rene) 1959 0 – 1
Jap tjoen San , L. (Linda) 2086 Viergever , M.A. (Max) 2065 1 – 0

Soester schakers spelen gelijk

In de tweede ronde van de landelijke competitie heeft Soest met 4 – 4 gelijk gespeeld, uit tegen LSG 2 in Leiden. Dat was teleurstellend, want er had beslist meer ingezeten. Maar de kersverse snelschaakkampioen van Soest, Gerrit-Meine Muis, en ook Jos Nooijen hadden hun dag niet. Zij verloren door blunders in riante stellingen hun partij. En Max Viergever speelde een ongelukkige partij die in het verre eindspel uiteindelijk verloren ging. Gelukkig was er ook goed nieuws: Eric de Haan, Arie van den Burch en René Buisman wonnen op uitstekende wijze hun partijen. Voor Arie betekent dat zijn tweede overwinning in twee wedstrijden. Reynir Helgason had al remise gespeeld in een vooruitgespeelde partij en Carl Wustefeld deed er nog alles aan om zijn wat beterstaand eindspel te winnen en zo Soest de overwinning te bezorgen, maar dat lukte net niet. Soest heeft nu 1 punt uit 2 wedstrijden en staat laag in de middenmoot. Maar de twee sterkste tegenstanders in de poule heeft Soest nu gehad. Dus Soest komt heus wel aan het winnen van wat wedstrijden toe en hoopt stiekem toch nog op het kampioenschap!

Slechte start voor het eerste: SSC 1922 – Caïssa-Eenhoorn 3.5-4.5

Nieuw seizoen, nieuwe kansen. Door de degradatie in het afgelopen seizoen komen we dit jaar uit in de tweede klasse (2B) van de KNSB, wat betekent dat wij niet meer met een tiental (of beter, een elftal, want we hadden vorig jaar een speler extra) maar met een achttal spelen. Roderick Loeber – jarenlang onze playing captain – gaat judotrainingen volgen en kan misschien af en toe nog invallen, maar niet meer vast meedoen. Verder spelen Ashley Krishnasing en René Buisman dit jaar niet mee. In plaats van hen is Arie van der Burch overgekomen van Ons Genoegen. We hebben al met al dit jaar weer een goed team, in de woorden van onze nieuwe ploegleider Gerrit-Meine (GM) Muis het sterkste Soester team waarin hij ooit geschaakt heeft. Dat beloofde dus wat.
Van de tien teams in 2B steken er drie qua sterkte bovenuit. Dat zijn grappig genoeg de degradant (wij dus) en de twee promovendi LSG 2 en Caïssa-Eenhoorn (C-E). De gemiddelde KNSB-rating van heel 2B is op basis van de opgegeven opstellingen 2139, het hoogst van alle vier tweede klassen. C-E heeft 2201, SSC 1922 heeft 2199, en LSG2 heeft 2183. Nummer vier, Philidor Leiden, komt niet verder dan 2143. En laten nou net C-E en LSG2 de eerste twee tegenstanders van ons zijn. Deze wedstrijden kunnen daarom zonder al te veel overdrijving als vierpuntenwedstrijden bestempeld worden.

Zaterdag 16 september 2017 was het zo ver. De competitie gaat weer van start, en je zou verwachten dat iedereen blakend van zin zich ruim op tijd in het speelhonk zou vervoegen. Ik was wat later dan gepland van huis gegaan, waardoor ik pas om 12:50 aankwam, gelijk met GM. Bij binnenkomst bleken wij evenwel niet de rij te sluiten, maar juist tot de vroegkomers te behoren. De borden stonden klaar, maar de stukken nog niet, dus ik kon me nog nuttig maken.
Hoewel de wedstrijd in voetbaltermen als risicowedstrijd te boek zou moeten staan, had de schaakbond geen wedstrijdleider aangewezen; er zijn kennelijk te weinig arbiters beschikbaar om alle wedstrijden te leiden. Ik heb wel eerder wedstrijden zonder externe arbiter meegemaakt in de derde klasse, maar nog niet in de tweede klasse. De afwezigheid van een wedstrijdleider was door miscommunicatie pas de dag ervoor bij GM bekend, waardoor de organisatie niet op orde was. Er bleek ook geen wedstrijdformulier te zijn, en er was bij ons nog niemand aanwezig die de klokken kon instellen. Gelukkig wist Henk-Jan Visser van C-E precies hoe dat moest, en nadat ook de laatkomers – gelijkelijk verdeeld over beide partijen – gearriveerd waren, kon de wedstrijd om 13:13 eindelijk van start. Die begintijd had ons al moeten waarschuwen voor het komend onheil. Wij waren compleet, C-E had een invaller die overigens een hogere rating had dan degene die hij verving, en had daardoor een gemiddelde rating van 2206.

We verwachtten dus een gelijk opgaande en spannende wedstrijd. Het begon rustig, met een snelle remise van mij (Max Viergever) tegen Ron Deen. Na 12 zetten waren er beiderzijds al twee lichte stukken en een dame af, en werd het remiseaanbod van mij in gelijke stelling onmiddellijk aanvaard. Ik was blij met deze snelle afloop, want net de dag ervoor was ik uit Canada teruggekomen, en mijn bioritme was nog niet geheel op orde.
Maar al snel werd de verwachting van een gelijk opgaande strijd onderuit gehaald. GM, waarschijnlijk nog meer met de organisatie van de wedstrijd bezig dan met zijn partij, blunderde op zet 10 een pion weg. Zijn tegenstander Martijn Monteban nam het kleinood dankbaar in ontvangst en kreeg een betere stelling op de krijg toe. GM spartelde nog tegen, maar moest na drie uur in zijn lot berusten.
Roderick Loeber was inmiddels – met kroost – even langs gekomen om ons moed in te praten. Hij zag nog goede kansen op een of twee matchpunten. Maar trouwe toeschouwer Henk Weenink zag het somberder in, en hij bleek helaas gelijk te hebben.
Niet lang na GM kwam Jos Nooijen binnen in de analyseruimte, ook met een nul op zak. Dat was een forse tegenvaller. Onze topscorer in het vorige seizoen had met zwart goed spel gekregen tegen Peter Doggers, maar de stelling was scherp. Jos beging een onnauwkeurigheid die genadeloos werd afgestraft, ondanks de krappere tijd van wit. Daarmee was de stand 0.5-2.5, en een blik op de overgebleven borden beloofde zelfs bij een optimistische evaluatie niet meer dan een kleine nederlaag.
Maar eerst hadden we te maken met vijf onwillige klokken. De bijtelling na 40 zetten (of beter, nadat een van de klokken op 0:00 beland is), zou 30 minuten moeten zijn, maar was in alle gevallen 15 minuten. Henk-Jan Vissers kennis van schaakklokken was iets minder dan het vertrouwen dat hij uitstraalde bij de instelling ervan voor de wedstrijd. Het kostte flink wat moeite de klokken weer op de juiste tijd te krijgen, maar gelukkig deed niemand van beide teams daar moeilijk over.
Helaas was Vissers schaakkennis beter op peil. Eric de Haan werd de hele partij onder druk gehouden, en zag tegen de tijdcontrole geen andere uitweg meer dan flink wat hout in de aanbieding te doen, om aanvalskansen te krijgen. Visser pakte alle cadeautjes aan en had goed gezien dat de aanval doodliep.
Carl Wüstefeld deed op indrukwekkende wijze wat terug. Hij speelde een strategisch sterke partij, wachtte rustig af tot Jerrel Thakoerdien naar de verkeerde kant rokeerde, en ging vervolgens hard door de witte stelling heen.
Adriaan de Jongh kreeg invaller Arne Moll tegen zich, die met wit een onorthodoxe opening speelde waardoor beiden snel op eigen inzicht waren aangewezen. De stelling bleek lang ongeveer gelijk, maar kort voor de tijdcontrole kwam wit in het voordeel. Met de stand van de wedstrijd in gedachten wikkelde hij echter even later af naar een remisestelling, wat een 2-4 tussenstand opleverde.
Reynir Helgason had in de opening een pion geofferd, leek daarvoor aanvankelijk compensatie te hebben, maar die viel allengs wat tegen. Daan Zult speelde sterk, had de winst voor het grijpen, maar koos voor een toreneindspel in de veronderstelling dat dat gewonnen was. Dat was ook zo, maar niet zoals hij het speelde en Reynir het – sterk – tegenspeelde. Remise dus, mooi teruggevochten door Reynir, maar het betekende wel dat C-E beide wedstrijdpunten mee terug naar Hoorn kon nemen.
Arie van der Burch gaf de eindstand nog een redelijk aanzien door een strakke overwinning op Arlette van Weersel. Hij kwam met groot ruimteoverwicht uit de opening, wat zwart zelfs noopte een paard op a8 te positioneren, dat pas veel later weer uit de hoek mocht springen. Arie hield zijn voordeel vast, creëerde een mooie vrijpion die een stuk opleverde en later ook de partij.

De eindstand werd zo 3.5-4.5, en dat was – alles in ogenschouw genomen – verdiend. Twee modelpartijen van Carl en Arie, maar onvoldoende inbreng van de andere borden. We hebben dichter bij een grotere nederlaag gezeten dan bij de 4-4. Wonden likken, en vol vertrouwen op naar de volgende wedstrijd, tegen het eveneens sterke LSG2, op 7 oktober, in Leiden.

 

SSC 1922 Caïssa – Eenhoorn 3½-4½
Eric de Haan (2294) Henk-Jan Visser (2233) 0-1
Reynir Helgason (2278) Daan Zult (2309) ½-½
Adriaan de Jongh (2197) Arne Moll (2197) ½-½
Gerrit-Meine Muis (2182) Martijn Monteban (2244) 0-1
Carl Wüstefeld (2268) Jerrel Thakoerdien (2200) 1-0
Arie van der Burch (2190) Arlette van Weersel (2160) 1-0
Jos Nooijen (2116) Peter Doggers  (2166) 0-1
Max Viergever (2065) Ron Deen  (2141) ½-½